Gebroken spiegelbeeld, een visuele reis langs mijn leven met DIS

Hanneke Raidt

Hanneke Raidt (1969) lijdt aan DIS (dissociatieve identiteitsstoornis) door traumatische gebeurtenissen in haar kindertijd en jeugdjaren. Door het maken van tekeningen met acrylverf, pastelpotlood en -krijt verwerkte ze de emoties en gedachten tijdens haar behandeling.

Uitleg over DIS

Om het boek beter te kunnen begrijpen, is het goed om te weten wat DIS precies is.
Een korte uitleg:
Als een kind een traumatische gebeurtenis meemaakt, wordt het geconfronteerd met heftige emoties. Emoties die het kind niet kan verdragen. Soms zijn er omstandigheden waarin het kind zijn of haar emoties niet kan uiten. Hierdoor kunnen er in het hoofd van het kind delen (sommigen noemen ze alters) ontstaan die als het ware het verdragen van die emotie overnemen. Op deze manier kan het kind enigszins met het trauma omgaan. Wat vervolgens gebeurt, is dat de delen een soort eigen leven gaan leiden in het hoofd van de getraumatiseerde persoon. Iemand kan zich lange tijd niet bewust zijn van deze delen, maar wel heel veel drukte, chaos en stemmen in zijn of haar hoofd ervaren. Als de persoon opnieuw met emoties wordt geconfronteerd, door bijvoorbeeld herinnerd te worden aan het trauma, kan een deel de controle overnemen. Meestal is er sprake van meerdere delen.

Om DIS te behandelen, is een langdurige therapie nodig. Het doel hiervan is dat iemand zijn delen leert kennen en er controle over krijgt. Ook de behandeling van het trauma is een onderdeel van de therapie, wat maakt dat het een zwaar proces is die jaren, wel zeven tot tien jaar, in beslag kan nemen.
DIS is zeker géén fantasie. Ook is het geen bezetenheid, een gekte of een hype. Sommige DIS-patiënten zien het zelfs als een geschenk van God, om hen door een moeilijke tijd heen te helpen.
DIS komt ongeveer bij 4% van de bevolking voor, meer bij vrouwen dan bij mannen.

De belangrijkste kenmerken van iemand met DIS zijn:

  • Er zijn aanwijzingen dat je meerdere persoonlijkheidstoestanden (identiteiten) hebt. Minstens twee van jouw identiteiten nemen jouw gedachten, gedrag en gevoelens regelmatig over. Je hebt geen controle over of bewustzijn van de wisselingen.
  • Je hebt ‘gaten’ in je geheugen (amnesie). Grote gebeurtenissen, maar ook gewone dagelijkse bezigheden of boodschappen, kun je je niet meer herinneren. Je hebt maar weinig herinneringen aan je jeugd. Het komt ook voor dat je op een bepaalde plek bent, maar niet meer weet hoe je daar gekomen bent.
  • Je hebt soms het gevoel alsof je jezelf ‘vanaf een afstandje bekijkt’, los van je lichaam en gevoelens (depersonalisatie).
  • Je eigen, vertrouwde omgeving voelt soms onwerkelijk en vreemd aan (derealisatie). Vrienden en familieleden komen je niet bekend voor.
  • Je ervaart stemmen in je hoofd die allemaal iets anders van je willen en verwachten (identiteitsverwarring).
  • Je kunt ook last hebben van lichamelijke klachten, zoals ernstige hoofdpijn, wazig zien of buikpijn.
  • Suïcidale neigingen of automutilatie (zelfbeschadiging).